Sports hall KA Hiel
Sports hall KA Hiel
De scholencampus KA Hiel bevindt zich in Schaarbeek, net boven Brussel, en manifesteert zich als een groene long binnen de stedelijke context. De campus wordt gekenmerkt door vrij grote hoogteverschillen in het terrein alsook door de verscheidenheid van gebouwen en paviljoenen. De bebouwing aan de randen van het bouwblok varieert van rijwoningen tot hoge vrijstaande flatgebouwen.
Voor scholencampus KA Hiel in Schaarbeek werd er aan dmvA gevraagd om een sporthal te ontwerpen voor de school zelf en de lokale gemeenschap. De sporthal moest zowel ontsloten worden vanuit de bestaande scholencampus als vanaf de straat. Met een beperkt budget werd er een duurzaam en onderhoudsarm sportgebouw gevraagd.
Inspelend op de campusmorfologie wordt de nieuwe sporthal als een autonoom object ingeplant. Door de verzonken inplanting in het talud van het grootschalige bouwvolume treedt er een schaalverkleining op. De nieuwe sporthal vormt een harmonieuze overgang tussen het hoge hoofdgebouw van de middelbare school en de kleinschalige kleuterpaviljoenen. De ontsluiting van de sporthal gebeurt via een natuurlijke insnijding in het hellende terrein.
De wanden van het basisvolume werden opgebouwd uit ontdubbelde wanden in waterdicht gewapend zichbeton, van elkaar gescheiden door isolatieplaten in pur. De wanden met een hoogte van 8 meter werden in 1 fase gestort. De dakstructuur bestaat uit een roostervloer uit gelamelleerd hout opgehangen aan 3 stalen vakwerkliggers en 1 stalen vakwerkligger in de langsrichting. Dit resulteert in een driedimensionale sculptuur met 6 ‘dakkamers’.
Het gebouw dat door zijn programma vrij gesloten is, manifesteert zich aan de buitenzijde als een ‘sport-doe-gebouw’. Het interne sportspeelveld wordt letterlijk in de derde dimensie veruitwendigd door het aanbrengen van de sportveldbelijning op de gevels. Het gebouw wordt aan de buitenzijde gebruikt als tennismuur, voetbalwand. Het gebouw animeert de leerlingen en de omgeving.
Specifics
Opdrachtgever: Scholengroep Brussel
Locatie: Schaarbeek
Realisatie: 2004 – 2009
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Lindsay Rinckhout, Sofie Buggenhout
Ingenieur Stabiliteit: BAS – Dirk Jaspaert Boydens
Fotografie: Frederik Vercruysse
Schaal: 1425 m²
Jeugddomein De Hoge Rielen
Jeugddomein De Hoge Rielen

De Hoge Rielen is een verblijfsdomein waar multifunctionele activiteiten en innoverende natuur-educatieve initiatieven voor de jeugd worden georganiseerd. Om het project te kunnen kaderen, moeten we terugkeren naar de jaren ‘60 toen het domein Hoge Rielen is ontstaan als militair landschap tijdens de Koude Oorlog. Het Britse leger creëerde opslagloodsen en kampen doorheen Europa om snel te kunnen reageren bij militaire onrust. Wanneer de loodsen uiteindelijk effectief in Kasterlee opgebouwd waren, was het militaire concept met lokale uitvalbasissen echter achterhaald. Hierdoor heeft het domein slechts acht jaar lang een militair doeleind gehad. Sinds 1976 wordt het gebied als jeugdaccommodatie gebruikt. In die tijd werd er geen waarde toegekend aan het militaire historisch erfgoed en dat zie je aan de manier waarop ze met de loodsen omgingen.
Verschillende loodsen werden ingrijpend verbouwd om te dienen als verblijfsgebouw. In 2004 werd een masterplan opgesteld door Studio Secchi & Viganó dat het domein opdeelt in een natuurlijke, militaire en pedagogische laag waarbij er wél waarde wordt gehecht aan de opslagruimtes als militair erfgoed. De renovatie van de paviljoenen waarvoor dmvA werd aangesteld, kaderen binnen dit masterplan.
Het natuurlijke landschap heeft een ecologische en esthetische waarde en bestaat uit naaldbossen en patches met een hogere biodiversiteit, waaronder heide. Het militaire landschap wordt gekenmerkt door loodsen, ophogingen en waterbassins die volgens de regels van “de juiste afstand” over het terrein verspreid zijn tussen een netwerk van wegen.
De educatieve en recreatieve laag, die tot uiting komt als jeugdcentrum, gebruikt de eerste twee lagen als onderlegger en omvat een intern en een extern gedeelte. Het interne gedeelte bestaat uit nabijheidsgebieden die ten dienste staan van groepsactiviteiten. Een nabijheidsgebied heeft telkens een paviljoen of kampeerterrein als centrum gecombineerd met een open ruimte voor spel en kampvuur.
Het externe gedeelte van de educatieve laag bestaat uit de middenweg en collectieve voorzieningen zoals het onthaal en de hostel Wadi. De middenweg is de kapstok van het domein en doet dienst als verbinding voor het zachte verkeer tussen de omliggende dorpen.
Het masterplan van Studio Secchi & Viganò analyseert op het domein een gradiënt die aan de westzijde getypeerd wordt door constructies met een expressieve architecturale taal die past bij het meer publieke karakter en die richting het oosten overgaat naar een authentiek militair landschap. Hiervan getuigen het onthaalgebouw aan de westelijke toegangspoort (Erik Wieërs, 2002), ontworpen als imposante maxiloods om groepen te ontvangen en Hostel Wadi (Secchi-Viganò, 2013) dat logeerplekken biedt in een cirkelvormige constructie die volledig opgaat in het groen.
In het midden van het domein zijn de gebouwen sinds de jaren ’80 ingrijpend getransformeerd maar zijn qua ontwerp meer low profile dan de volumes aan de westzijde. Het is binnen deze context dat dmvA Theater en Gebouw 39 heeft gerealiseerd, als ingetogen volumes gebaseerd op de bestaande loodsen. Aan de oostzijde is het militaire landschap het meest voelbaar en authentiek. Hier worden de loodsen gezien als een overdekte en beschermde uitrusting waarvan de schillen intact blijven. In deze zone pakte dmvA Gebouw 27 en Gebouw 30 aan op een restauratieve manier. Daarnaast creëerde dmvA met OMGEVING Vuurplaats B, die binnen het concept van een nabijheidsgebied past met plaats voor een kampvuur en groepsactiviteiten.
Gebouw 39
Gebouw 39
Het bestaande paviljoen werd wegens haar slechte bouwfysische staat afgebroken en er werd een nieuwe verblijfsaccommodatie gecreëerd voor groepen met 20 vaste slaapplaatsen. Er werd getracht het nieuwe gebouw te ontwerpen naar eenzelfde logica waarmee de militaire gebouwen ontworpen zijn, rekening houdende met de hedendaagse technieken en functionele eisen. Het gebouw werd daarom opgevat als een shelter waaronder het paviljoen werd gebouwd. Deze shelter werd gerealiseerd in vezelcement golfplaten in lijn met het materiaalgebruik op het domein. De buitenzijde werd afgewerkt met prefab betonpanelen met het oog op functionaliteit en robuustheid met een belijning en ritmering van raamopeningen die refereert naar de opbouw van de militaire loodsen. Het buitenschrijnwerk werd uitgevoerd in hout.
De vier slaapkamers van het paviljoen worden aan weerszijden van de centrale leefruimte georganiseerd. Door grote raampartijen aan noord- en zuidzijde zoekt de leefruimte maximaal contact met de middenweg en de omgevende natuur. De slaapruimtes worden per twee georganiseerd met telkens vier stapelbedden en integraal toegankelijk sanitair. Aan één van de twee slaapplaatsen wordt telkens een mezzanine boven het sanitair gekoppeld die flexibel gebruik toelaat.
Theater
Het gebouw Theater behelst een grote multifunctionele ruimte die kan gebruikt worden voor een muziekuitvoering, een dansvoorstelling, een receptie, een vergadering… Het is een uniek bakstenen project waarbij de geschiedenis van de Hoge Rielen zichtbaar is aan de hand van verschillende soorten metselwerk. Zo komt de oorspronkelijke militaire fase tot uiting in de stalen frame met invulmetselwerk in een halfsteens verband en is de start van de pedagogische fase in de jaren ’80 zichtbaar door het metselwerk in een wild verband (de bijgebouwde schouw). De uitzuivering en het behoud van die historische leesbaarheid was een belangrijk uitgangspunt bij het ontwerp van de reconversie. In functie van het gevraagde programma zijn er extensies toegevoegd die uitgevoerd zijn in een gelijmd stapelverband en zo een nieuwe tijdslaag creëren. In lijn met de toegevoegde schouw die op de middenweg staat, zijn de extensies sculpturaal opgevat waarbij de loods niet meer als een gesloten doos wordt gezien, maar er contact wordt gezocht met de omgeving en de middenweg. Deze interactie wordt versterkt door het creëren van openingen in de zuidgevel en de schouw. Aan alle kanten van de polyvalente zaal is een gordijnenrail geplaatst die in het midden van de zaal uitmondt in een cirkelvormige rail. Zo kunnen de gebruikers de sfeer en de daglichttoetreding van de zaal zelf bepalen naargelang de functie en de noden, wat de flexibiliteit en de polyvalentie van de zaal bekrachtigd.
Vuurplaats B
Vuurplaats B
De kampvuurplaats werd ontworpen in samenwerking met OMGEVING landschapsarchitecten. De bestaande vuurplaats, die niet meer was dan een geblakerd stuk grond, werd omgevormd tot een vaste kampvuurkring met 180 zitplaatsen. Ze vormt een deels verheven, deels verzonken kring in het open landschap. De toegang waarin de zitranden verdwijnen, is centraal toegankelijk voor rolstoelgebruikers. Aan de helling is een berging voorzien in roestvast staal waarin een kruiwagen geborgen kan worden voor de aanvoer van het brandhout.
Gebouw 27
Gebouw 27
Gebouw 27 is een goed bewaarde militaire loods die vandaag wordt gebruikt als uitvalsbasis voor het klimbos. De buitenschil werd met een restauratie-attitude gerenoveerd en binnen werd een tribune, bergruimte en sanitair voorzien ter ondersteuning van het avonturenparcours. dmvA ontwierp een klimelement, geplaatst over het talud rondom het gebouw, als tussenschakel tussen de loods waar initiatieles wordt gegeven en de toren die naar het klimbos leidt. De constructie bestaat uit gele staalplaten en is zo reversibel mogelijk gemaakt door ze enkel aan de funderingszolen te verankeren. Aan de zuidgevel van het gebouw werden twee gele schuifpoorten voorzien, corresponderend met het klimelement.
Gebouw 30
Gebouw 30
Deze loods bleef bewaard in zijn oorspronkelijke vorm en wordt getypeerd door een staalframebouw met rood metselwerk en vezelcementen golfplaten. Aangezien deze loods in de oostzijde van het domein ligt, werd voor een restauratieve aanpak gegaan met minimale ingrepen. Het gebouw vormt voor de naastgelegen kampeerplaats een shelter om te spelen, eten, slapen of koken. De buitenschil werd gerenoveerd en voorzien van nieuwe rode nooddeuren in de kopse gevels.
Specifics
Opdrachtgever: Departement CJM
Locatie: Kasterlee
Realisatie: 2017 – 2022
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Eva Vanderborcht, An-Sofie De Backer
Ingenieur Stabiliteit: Archimedes
Ingenieur Technieken: Archimedes
Fotografie: Stijn Bollaert
Kunstencentrum nOna
Kunstencentrum nOna
Circa twintig jaar geleden kampte het kunstencentrum nOna te Mechelen met plaatsgebrek. De bestaande Art-Deco theaterzaal in de Begijnenstraat had haar beperkingen en voldeed qua flexibiliteit niet meer aan de huidige eisen. In 1999 ontstond het idee om op de aanliggende site van Mechelse drukkerijen een tweede theaterzaal te bouwen. In afwachting daarvan werd de drukkerij tijdelijk omgevormd tot drie oefenzalen voor artiesten in nood, genaamd nOva. In 2016 begon de effectieve renovatie en bouw van de uitbreiding van kunstencentrum nOna. Dit kadert binnen het stedenbouwkundig beleid van de stad Mechelen om de Begijnenstraat te versterken als cultuur-as tussen de Grote Markt en de Lamot site.
De site ligt te midden van een bouwblok aan een middeleeuwse brandsteeg die de bestaande en nieuwe site letterlijk van elkaar scheidt. De middeleeuwse brandsteeg, de ruggengraat van het project, was de aanleiding om het grote bouwblok terug doorwaadbaar te maken, waarbij het netwerk van middeleeuwse stegen en doorgangen wordt hersteld. Op termijn worden daardoor de Begijnenstraat en de Ijzerenleen terug met elkaar verbonden. De oude drukkerijsite werd binnen deze context ontpit en omgevormd tot een nieuw kunstencentrum, waarbij binnen- en buitenkamers verwijzen naar de vroegere stedelijke morfologie van de drukkerij. Op deze manier werd ingespeeld op de grillige vorm van de bouwkavel en werd een repliek gegeven op het amalgama van tuinmuren en koterijen.
Zo ontstonden er drie patio’s als stedelijke kamers rond de nieuwe theaterzaal en het forum, een multifunctionele ruimte met de allure van een overdekte markthal. De inkompatio vormt de schakel tussen de Begijnenstraat en het binnengebied. Het ent zich op de middeleeuwse brandstraatjes en de voorbouw. De grote patio vormt het verlengde van het forum en de langwerpige patio verzorgt de ontsluiting naar de achterliggende artiestenfoyer. De grens tussen binnen en buiten wordt vervaagd door gevelbrede openingen. De buitenpatio’s werden in samenwerking met kunstenaar Nick Ervinck uitgewerkt naar het concept ‘baksteen in beweging’.
Aan de straatzijde werd een nieuwe invulbouw gerealiseerd die een gezicht geeft aan nOna en een poort is naar het achterliggende binnengebied. Het gebouw linkt de nieuwe site met de oude speelzaal. Door de glazen gevelarchitectuur gaat het kunstencentrum de interactie aan met de stad. LED lichtkranten geven de programmatie op de gevel weer, animeren het straatbeeld en nodigen zo voorbijgangers uit.
Voorgevel gezien vanuit de Begijnenstraat
De nieuwe zaal is een multifunctionele betonnen doos geworden, waarbij de gevelbekleding in prefabbetonpanelen werd voorzien van de ingelegde letters N O N A, als evidente verwijzing naar de naam van het kunstencentrum, maar ook als reminiscentie naar het drukkerij-verleden van de site.
In functie van de akoestische eisen werd de theaterzaal opgevat als doos-in-doos principe.
Gedurende het 20-jarige bouwproces werd er op alle niveaus participatie aangegaan. De architect nam hierin de leiding door duurzame samenwerkingen aan te gaan met de buren, de stad, aannemers, het uitvoerende personeel, vzws en ambachtscholen. Dit leidde tot een samenwerking met technische scholen te Mechelen voor een leerproject rond kaleien. Met vzw Onbetaalbaar werd een project gerealiseerd dat nOna een eigenheid geeft en zich ankert op zijn plek. Verschillende sessies met de buren resulteerden in een aangenaam werfgebeuren en vrijwilligershulp. Vzw Onbetaalbaar realiseerde samen met de architect een tijdopname van aanbesteding tot uitvoering. Hierbij werden alle partners in het licht gezet aan de hand van QR-codes die herinneringen aan het proces vertellen. Tevens maakte fotografe Kaat Pype tijdens de werken beelden die ook werden tentoongesteld. Tussen Onbetaalbaar en dmvA werd ook een sociaal tewerkstellingsproject opgestart dat resulteerde in unieke deurtrekkers.
Foto’s van het proces door Kaat Pype
Openbare gebouwen in België worden verplicht om 1 procent van het bouwbudget te voorzien van kunst. dmvA overstijgt dit door de kunst als het gebouw te bekijken. Nieuwe stedelijke plekken worden in de stad gerealiseerd in de stad en creëren een belevenisruimte tussen straat en toneel. Nick Ervinck, die eerder samenwerkte met dmvA, verhief deze intentie tot een vierde dimensie met zijn werk ANONOV.
Op vlak van duurzaamheid werd ingezet op verschillende niveaus. Zo is het kunstencentrum het eerste gebouw in de Benelux dat werd opgetrokken in ‘groen’ (of circulaire) beton en er werden oude printplaten van de vroegere drukkerij hergebruikt als afwerking van de sanitaire wanden.
Sanitair waarbij de wanden zijn afgewerkt met de oude printplaten
Specifics
Opdrachtgever: vzw Theater Teater
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2002 – 2020
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Kobe Van Praet, Valerie Lonnoy, Michael De Roeck, Gert-Jan Schulte, Lukas Versteele
Ingenieur Stabiliteit: UTIL struktuurstudies
Ingenieur Technieken: Technum – Tractebel Engineering nv
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 720 m2
GC Elzenhof
GC Elzenhof
Elzenhof is gelegen in Elsene, een Brusselse gemeente net ten zuiden van het stadscentrum. Het gemeenschapscentrum maakt deel uit van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en fungeert als draaischijf voor de Vlaamse gemeenschap in Brussel. Het is een ontmoetingsplaats waar je terechtkan voor workshops, een cafetaria, bijeenkomsten, kleine theatergezelschappen, muziek en meer. Ook Kind & Gezin heeft er een afdeling.
Elzenhof bestaat uit drie historisch waardevolle herenhuizen die grandeur uitstralen. In de loop van de jaren zijn er in de gebouwen verschillende ingrepen gebeurd om de faciliteiten te verbeteren. De opdracht die dmvA via een wedstrijd toegewezen kreeg, kadert binnen dit stapsgewijze verbeteringsproces.
subtiele interventies, grote impact
Het programma van eisen bestond uit de reorganisatie van de inkomzone, de omvorming van de zolder tot multifunctionele oefenzaal of kunstenwerkplaats, een groot dakterras aan de cafetaria en het connecteren van het centrum met de tuin via een brede ondergrondse trap. De donkere kelder is omgevormd tot een lichtrijke multifunctionele plek die bijvoorbeeld als crèche kan dienen maar evengoed als podium & de trap als tribune. De interventies zijn subtiel maar hebben een grote impact op de werking van het gemeenschapscentrum.
Specifics
Opdrachtgever: Vlaamse Gemeenschapscommissie
Locatie: Elsene
Realisatie: 2011 – 2022
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Gert-Jan Schulte, Lukas Versteele, Rob Naulaers, Ine Papen
Ingenieur Stabiliteit: ASB
Ingenieur Technieken: Boydens Engineering
Fotografie: Goedele De Wilde
Schaal: 2800 m²





















































