Sociale woningen Hertogensite
Sociale woningen Hertogensite
Het project kadert in de ontwikkeling van de Hertogensite tussen de Brusselsestraat, Kapucijnenvoer en Minderbroedersstraat in Leuven. Net buiten de oude stadsomwalling, aan de rand van het historische centrum van Leuven, wordt een voormalige ziekenhuis- en universitaire site omgevormd tot een nieuw stadskwartier. Waar de omvangrijke site vroeger een gesloten bouwblok vormde dat was afgesloten voor het publiek, wordt nu ingezet op het versterken van het fijnmazig stedelijk weefsel.
Een overwelfde Dijle-arm die de site centraal van noord naar zuid doorkruist wordt opengelegd en opgewaardeerd door middel van een aangrenzende as voor zacht verkeer en een parkomgeving. Het aanwezig erfgoed op de site wordt gevalideerd en aangevuld met nieuwe bebouwing, waarbij oost-westverbindingen in de vorm van stegen, woonerven en pleinen de site connecteren met de historische stadskern.
Het beschermde Pathologisch Instituut aan de Minderbroedersstraat krijgt een herbestemming als universiteitsmuseum en vormt het ankerpunt voor de ontwikkeling van een bouwblok rond een collectief hof, de wooncluster Pathologie. dmvA+ ontwikkelt hierbinnen enerzijds een gebouw met 20 sociale woningen, gerealiseerd volgens de CBO-procedure, en aansluitend vijf private stadswoningen.
Het straatbeeld in de Minderbroedersstraat is vandaag relatief gesloten. Het nieuwbouwvolume met sociale woningen moet inzetten op meer leefbaarheid van de straat met respect voor de eigenheid van het stadsgezicht en het aangrenzend bouwkundig patrimonium. Met name de aansluiting met het beschermd monument Pathologie aan de rechterzijde en het waardevolle burgerhuis aan de linkerzijde verdient de nodige aandacht.
Door zijn ligging vervolledigt het gebouw met sociale woningen het gevelbeeld van beschermd stadsgezicht Minderbroedersstraat en vormt het ook ineens één van de hoekstenen van een nieuw bouwblok. Als een L-vormige figuur vervolgt het met zijn lange been de Minderbroedersstraat, maar het korte been plooit zich om zodat een noord-zuid doorsteek wordt gemaakt naar het binnengebied van het grotere omvattende bouwblok van de Hertogensite.
De aansluiting op het Pathologisch instituut bepaalt de dwarssnede en bijgevolg het gevelbeeld van het gebouw. De aansluiting op het burgerhuis wordt bepaald door de realisatie van tussenliggende steeg de Hertogensite die leidt naar het dieper gelegen woonerf. Deze smalle steeg krijgt een hoekaccent in het nieuwe gebouw door langs de steeg het volume af te schuinen tot de noklijn.
Zo krijgt ook het waardevolle burgerhuis aan de andere zijde van de steeg een prominentere plaats in het straatbeeld waarbij de oorspronkelijke vrijstaande gevel in ere wordt hersteld. Er ontstaat door het hoekaccent een micro buurtpleintje dat de Minderbroedersstraat meer openheid geeft en leefbaarder maakt.
Naast de erfgoedcontext en stedenbouwkundige randvoorwaarden is ook de oriëntatie doorslaggevend voor de verdere inplanting en typologische invulling van het nieuwe woonproject. De straatgevel aan de Minderbroedersstraat heeft een zuidoriëntatie waardoor buitenruimtes voornamelijk aan de straatzijde zullen gelegen zijn. Deze krijgen vorm als inpandige terrassen of loggia’s. Deze geven meer diepte aan de gevel wat de beleefbaarheid van de straat ten goede komt. Voor de gelijkvloerse verdieping van de wooneenheden wordt de vloer ca. 30cm hoger dan het maaiveld uitgevoerd zoals in de typische stadswoning waardoor een gesloten borstwering aan het terras ook een privacy-buffer vormt op ooghoogte van de voorbijganger. Door de loggia’s voor de duplexwoningen dubbelhoog te maken krijgen de woningen een betere bezonning en lichtinval in het eerder smalle straatprofiel van de Minderbroedersstraat.
Een doorsteek aan de steeg vormt de toegang tot het woonproject: het collectief woongebouw krijgt zo één adres aan de steeg, die wordt verlengd met een binnenstraat in het collectieve hof. Grenzend aan de inkomzone wordt strategisch de lift- & trapkoker ingetekend, maar ook andere gemeenschappelijke functies zoals postbussen, fiets-bergingen en tellerlokalen. De stalen poort met spijlen houdt het doorzicht naar het binnenhof vanop de steeg open, maar regelt de afsluitbaarheid van het collectieve binnenhof tov het openbaar domein.
Deze ontwerpopties zijn een cruciaal antwoord op de oriëntatie en stedenbouwkundige randvoorwaarden en hebben een doorslaggevend effect op de verdere typologische inkleuring van het project. De keuze voor dubbelhoge loggia’s in de voorgevel ten gevolge van de oriëntatie leidt tot het uitwerken van een typologie van duplex-woningen op het gelijkvloers en eerste verdiepingen. Deze worden opgevat als doorzonwoningen voor een gezin met kinderen. De inkomdeuren bevinden zich niet aan straatzijde maar op een binnenstraat aan het collectieve binnengebied, waar ze meer aansluiten bij het karakter van groepswoningbouw en zorgen voor meer leven aan het binnenhof.
Om het gevelbeeld in de Minderbroedersstraat homogeen te vervolledigen wordt op de verdiepingen een ritme geprojecteerd van alternerende gevelopeningen, met dezelfde schaal als de gelijkvloerse loggia’s. De dubbelhoge gevelopeningen op de verdiepingen worden gevormd door een stapeling van telkens 2 terrassen boven elkaar. De wooneenheden waarop deze terrassen aansluiten vormen een tweede basistype van éénslaapkamerappartementen. Deze appartementen op de tweede en derde verdieping zijn bereikbaar vanaf een galerij aan noordzijde. Deze galerijen lopen parallel met de gelijkvloerse binnenstraat en worden en interessante ontmoetingsplek tussen buren.
Binnen de stedenbouwkundige verplichting om te werken met hellend dak wordt een systeem van dakkapellen toegepast dat het mogelijk maakt leefruimten met terrassen te voorzien op de dakverdieping. Dit leidt tot specifieke woontypologieën met 3 slaapkamers die profiteren van een doorzon leefruimte van terras tot buitengalerij. De dakzone naast de liftkoker heeft een centrale ligging die zich ertoe leent om het stooklokaal en kuisberging in onder te brengen.
Als antwoord op de bijzondere erfgoedcontext wil het gebouw zich in het beschermd stadsgezicht assimileren zonder de stijlkenmerken van de monumenten te kopiëren. Gevelmetselwerk is als materiaal een logische verderzetting van het hoofdmateriaal in het beschermd stadsgezicht. Deze leveren meteen ook het bewijs dat de duurzaamheid in de tijd ervan gegarandeerd is. Er wordt een tactiel en zinderend oppervlak gecreëerd door spel van reliëf en metselwerkverbanden. Een ‘vlakke’ architectuur wordt vermeden door raffinement en verfijning in detail. Horizontale geledingen benadrukken de gelaagdheid en verwijzen naar speklagen en gevellijsten eigen aan de erfgoedcontext: strekkenlagen, kroonlijsten, dorpels en lintelen in architectonisch beton zijn het gevelmateriaal in tweede orde.
Grote gevelopeningen verlevendigen het gesloten straatbeeld voor de voorbijganger en zorgen voor een cadans in de straat als antwoord op de grote raamopeningen in het strakke en zakelijke gevelbeeld van het gebouw van Pathologie. De uitsnijdingen werken op maat van het gehele gebouw inspelend op de grootschaligheid van de gebouwen in de Minderbroedersstraat. Een warm monochroom kleurenpallet van grijswaarden creëert een oplichtend effect in het smalste en donkerste stuk van de Minderbroedersstraat.
Specifics
Opdrachtgever: Revisterra, Dijledal
Locatie: Leuven
Realisatie: 2018 – 2024
Ontwerpteam: Bruno Van Langenhove – Atelier BLAU, David Driesen, Tom Verschueren, Eva Vanderborcht, Ine papen, Nina Dalla, Dries Delagaye
Ingenieur Stabiliteit: Establis
Ingenieur Technieken: Creteq
Fotografie: Dennis De Smet
Schaal: 20 sociale woningen, 5 private stadswoningen
Residentie Waterkant
Residentie Waterkant
Residentie Waterkant ligt aan de Tichelrij, nabij de Dijle in Mechelen. De buurt heeft een rijke geschiedenis, mede door de ligging aan de rivier. De naam ‘Tichels’ verwijst naar een oude benaming voor baksteen, en lag vermoedelijk aan de basis van de productie van tichels (geplaveide pannen) die via het water getransporteerd konden worden. Er stonden in de tijd dat Mechelen het epicentrum van Europa was rijkelijke woningen, maar deze zijn weggeveegd in de Tweede Wereldoorlog door een foutief Engels bombardement. Tijdens de jaren ’50 werd de site gevuld door een appartementsgebouw en een werkplaats voor bouwbedrijf Geys.
Het perceel is gelegen in een groot en langgerekt bouwblok waarbij het bouwkavel zodanig diep is dat het aan twee straten grenst: de Thaborstraat en de Tichelrij. De kavel stond voordien volledig vol met parkeerplaatsen en garageboxen. De gebouwen aan de straatzijde hadden geen historische waarde. Typerend voor het perceel zijn de hoge scheimuren, die te verklaren zijn door het verleden van de site. Vermoedelijk bevonden zich hier vroeger de werkplaatsen van een bouwbedrijf. Daarnaast grenst het perceel aan een school, wat een belangrijke rol speelde in de latere ontwikkeling van het project.
Gezien de prachtige ligging aan de Dijle was de vraag van de ontwikkelaar om appartementen te creëren die een connectie hebben met het nabijgelegen water. Daarnaast vroeg Stad Mechelen om de parkeercapaciteit te behouden voor zowel de toekomstige bewoners als de buurt. Daarom voorzag dmvA twee verdiepingen ondergronds, zodat er voldoende parkeerplaatsen behouden bleven en tegelijk ruimte vrijkwam om bovengronds een kwalitatief woonproject te realiseren.
Bovendien werd dit project een voorbeeld van duurzame ontwikkeling dankzij een bijzondere samenwerking met de naastgelegen school. De perceelgrens werd hertekend: de school kreeg er een stuk extra speelplaats bij boven de ondergrondse parking, terwijl zij aan de zijde van de Thaborstraat een deel perceel afstond. Hierdoor kreeg het project extra gevelbreedte in het straatbeeld. Deze wisselwerking toont hoe een langetermijnvisie en samenwerking tussen verschillende partijen kunnen leiden tot een duurzame en evenwichtige stadsontwikkeling.
Het perceel, dat voorheen vol was gebouwd, wordt vrijgemaakt. Het binnengebied wordt begrensd door hoge tuinmuren van de oude werkplaatsen, die de beleving van het binnengebied sterk bepalen.
Door volumes aan de straatzijde te plaatsen worden de randen van het bouwblok weer hersteld. De diepte van het perceel laat toe om ook het binnengebied te activeren en een nieuw volume toe te voegen. Dit betekent een bijkomende uitdaging: de nieuwe volumes moeten zich verhouden tot deze bestaande scheimuren en er tegelijk kwalitatieve woon- en buitenruimtes rond organiseren.
Door slim in te spelen op deze randvoorwaarden kon dmvA het binnengebied transformeren tot een aangename leefomgeving op mensenmaat. Door het voorzien van nieuwe zichtassen en stegen wordt de site bovendien niet langer afgesloten, maar open en verbonden, zowel voor bewoners als voor de buurt.
Residentie Waterkant bestaat uit drie bouwvolumes met 35 woonunits en een ondergrondse parking. In plaats van één grote blok te ontwerpen, werd gestreefd naar luchtigheid in het project. Zo kregen de gebouwen verschillende hoogtes en werd het binnengebied opengewerkt. Door de volumes te laten inspelen op de scheimuren ontstaan interessante buitenruimtes. Bovendien zorgen insijdingen en uitkragingen voor een sterke plasticiteit in de volumes, waardoor de schaal wordt verkleind en het geheel beter aansluit bij de menselijke maat. De gebouwen worden gelinkt met twee waterpatio’s die in combinatie met de nabijgelegen Dijle het concept ‘wonen bij & rond het water’ verwezenlijken.
Een van de twee waterpatio’s in de binnengebieden
De site is doorwaadbaar door het toevoegen van stegen die enerzijds zorgen voor circulatie en anderzijds zichtassen creëren vanuit de straat naar binnen en omgekeerd. Op die manier kunnen niet alleen de bewoners, maar ook de mensen uit de stad hier vlot doorsteken, waardoor het project verweven raakt met zijn stedelijke context. De gevels zijn opgebouwd in baksteen, een bewuste verwijzing naar de historische betekenis van de plek, gecombineerd met een fijnmazige witte aluminiumstructuur als dubbele huid. Deze filtert het licht, biedt zonbescherming en werkt samen met de waterpatio’s als klimaatregelaar tegen oververhitting.
Zichtassen naar de straat vanuit het binnengebied
De residentie voorziet een variatie aan wonen met appartementen van verschillende oppervlaktes, waardoor het voor iedereen fijn wonen is bij het water op wandelafstand van het stadscentrum.
Residentie Waterkant is een sterk voorbeeld van duurzame stadsontwikkeling. Het project zet in op stedelijke verdichting door op een compacte en efficiënte manier kwalitatieve woonruimte te creëren in het hart van Mechelen. Dankzij de nauwe samenwerking tussen de stad, de school en de ontwikkelaar ontstond een geïntegreerde oplossing die verder kijkt dan het eigen perceel. De waterpatio’s, in combinatie met duurzame technieken zoals een warmtepomp en doordachte zonwering, dragen bij aan een comfortabel en energie-efficiënt binnenklimaat. Daarnaast bevorderen de stegen de doorwaadbaarheid en sociale duurzaamheid van de site door ontmoetingen en interacties mogelijk te maken.
Tichelrij in Mechelen, die grenst aan de Dijle
Specifics
Opdrachtgever: Aannemingen Janssen
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2016 – 2022
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Kristof Van Parijs, Ruben Van den Hove
Ingenieur Stabiliteit: Concreet
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 35 woonunits
Ecole 13
Ecole 13
Het project bevindt zich in Sint-Jans-Molenbeek, een levendige Brusselse gemeente met een uitgesproken multicultureel karakter. Te midden van deze context staat de bestaande school, Ecole 13, een schoolvoorbeeld van een eind 19de-eeuws gebouw met een karakteristieke binnenstraat. De Franstalige basisschool heeft een prominente plaats in het straatbeeld door de ligging tegenover de brede Daringlaan, die uitkomt op het voetbalstadium. Deze zichtas verstrekt de aanwezigheid van de school in de buurt. Het perceel van de school verbindt twee straten met elkaar en is gelegen in een atypisch bouwblok.
Aan de straatzijde bevond zich de binnenstraat van het oud gemeentegebouw dat in gebruik was als opslaggebouw. De speelplaats, gelegen te midden van het bouwblok, wordt geïsoleerd ten opzichte van de straat door de aanwezigheid van het oude gemeentegebouw. Na een technische en functionele analyse blijkt dat het bestaande gemeentegebouw niet meer voldeed aan de huidige eisen van comfort en werd daarom volledig worden gesloopt in het kader van de schooluitbreiding.
De bestaande school, die uitbreiding nodig heeft, heeft een langgerekt volume, dwars op de straat georiënteerd en ontsloten door een binnenstraat, die eveneens toegang geeft tot de achtergelegen sporthal. De bereikbaarheid van deze sporthal vormt een belangrijk aandachtspunt bij de opdracht, samen met de algemene organisatie en circulatie op de site. De speelplaats van de bestaande school, ten opzichte van de speelplaats achter het gemeentegebouw, is volledig verhard.
Door het sterk groeiend leerlingenaantal ontstond de nood aan uitbreiding. De opdracht omvat de realisatie van een nieuwbouw aan de straatzijde, op de plaats van het oud gemeentegebouw. De nieuwbouw omvat acht klaslokalen en een polyvalente zaal, die ook toegankelijk moet zijn voor de buurt.
Deze uitbreiding krijgt een ingetogen architecturale vormgeving en geeft de schoolsite een nieuwe identiteit met respect voor het bestaande schoolgebouw. De gelijkvloers wordt zoveel mogelijk met glas opengewerkt om de school een uitnodigend en transparant karakter te geven en de speelplaats meer met de straat te verbinden. De façade van de bovenbouw heeft in tegenstelling tot de gelijkvloers een meer massief karakter. De gevelopbouw bestaat uit een stapeling van betonpanelen en is visueel een knipoog naar de tabel van Mendeljev.
Op de verdiepingen zijn de klassen telkens georganiseerd rondom een vierkante centrale ruimte. Deze ruimte zorgt niet alleen voor circulatie maar functioneert ook als een multifunctionele ruimte die een klas-overschrijdende werking aanmoedigt.
De klassen zijn voorzien van opendraaiende wanden, die uitgeven op deze centrale ruimte. Deze bevordert de samenwerking tussen verschillende klasgroepen, biedt ruimte om individueel of in kleine groepjes samen te werken of voor allerhande projectwerk. Hierdoor ontstaat een educatief platform dat plaats biedt aan verschillende onderwijsvormen.
Tussen de uitbreiding en het bestaande schoolgebouw bleef de binnenstraat behouden als ontsluiting van de gehele scholencampus. Deze geeft uit op de speelplaats, die opgewaardeerd en onthard werd.
Op de speelplaats wordt er een luifel gecreëerd die met haar organische vorm een speels antwoord geeft op het fysiek beschermen van de kinderen.
Specifics
Opdrachtgever: Gemeente Sint-Jans-Molenbeek
Locatie: Sint-Jans-Molenbeek
Realisatie: 2012 – 2024
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Valerie Lonnoy, Lennart Visser, Ines Verhaegen & Lisa Servaes
Ingenieur Stabiliteit: UTIL
Ingenieur Technieken: Boydens Engineering
Fotografie: Johnny Umans
Schaal: 1250 m²
Woning TP
House TP
Het project TP bevindt zich in de volkse buurt van Mechelen, in het stadscentrum. Mechelen was vroeger een belangrijk religieus centrum, waardoor er vandaag nog steeds acht kerken binnen de stad aanwezig zijn. Het huisje ligt pal naast één van die kerken, een imposant gebouw dat door zijn schaal en massiviteit het pand letterlijk in de schaduw duwt. In combinatie met de ongunstige oriëntatie van het perceel maakte dit de opgave complex. Bij het ontwerp kon de kerk uiteraard niet verwijderd worden, waardoor dmvA ervoor koos om ze niet als hinderlijk element te beschouwen, maar juist als een stedelijk decor en aanvulling van het gebouw.
Een alleenstaande vrouw met groene vingers kocht daar het huisje naast de kerk en vroeg dmvA om het te verbouwen. De klant had de wens om aan urban farming te doen, wat niet evident is in het centrum van een stad. Het perceel was bovendien helemaal volgebouwd en de achterzijde is noord gericht, waardoor die zich vaak in de schaduw van het hoofdhuis bevindt. dmvA creëerde niet alleen een huis dat aan haar wensen voldeed, maar zorgde ook voor een heropleving van de straat.
Een groene plek achter het huis was dus wegens lichtgebrek niet vanzelfsprekend. dmvA besloot daarom de achterbouw weg te halen, behalve een stalen ligger. De balk inspireerde hen om enkele liggers toe te voegen en daarop de serre te plaatsen. Door de serre letterlijk te laten zweven, creëerde dmvA een oplossing voor het lichtgebrek en zorgde op die manier dat de patio luchtig blijft. Als bijgevolg van het opentrekken van de kavel, ontstond er een mooi uitzicht vanuit de serre en de eerste verdieping, met de kerk als stedelijk decor.
Waar vroeger de garagepoort en de toegangspoort waren, maakte dmvA alles open tot aan de patio. Het is een overdekte buitenruimte onder het huis geworden, waar de auto kan geparkeerd worden. De ruimte is afgesloten door een poort met stalen lamellen geplaatst onder een hoek van 45 graden. Zo’n poort schenkt genoeg privacy, maar geeft toch een open, lichte indruk. Vroeger was het donker hoekje bij de poort een probleemplek in de straat, maar door de ingreep van dmvA is het een frisse hoek geworden die de straat doet heropleven.
Urban Farming in de stad
Aangezien er door de oriëntatie minder licht binnenkomt op de gelijkvloers van het pand, plaatste dmvA de slaapkamer beneden en de woonkamer boven. Naast de patio bevindt zich een kleine leefruimte die later ook als slaapkamer kan gebruikt worden. Door het weghalen van alle binnenmuren en het creëren van open ruimtes, lijkt de woning ondanks haar kleine woonoppervlakte (80m2) groter dan ze is. Zo werd de trap telkens aan de zijkant van het pand gezet, opdat de ruimtes niet doorbroken worden. Op de tweede verdieping was er recentelijk een stukje aangebouwd. dmvA haalde dat hoekje er weer af, bracht het pand terug naar zijn oorspronkelijke vorm en bouwde daar een dakterras. De gevels van het huis zijn wit gekaleid, waardoor de littekens er blijven doorkomen en zo de geschiedenis niet helemaal wordt verdoezeld.
Witgekaleide voorgevel met rechts de kerk
Het interieur en exterieur van de woning werden bovendien grotendeels gerealiseerd met de hulp van de bouwheer zelf, wat het project een uitgesproken DIY-karakter geeft. Om die reden koos dmvA voor materialen die makkelijk te hanteren zijn, zoals OSB-platen. Deze platen zijn eenvoudig te verzagen en te bevestigen, waardoor ze ideaal waren voor zelfbouw. Ook de gevel werd door de bouwheer eigenhandig bepleisterd, en de serre aan de achterzijde werd mee opgebouwd via een zelfbouwpakket. Deze actieve betrokkenheid van de bouwheer versterkt niet alleen het persoonlijke karakter van de woning, maar maakt het project ook extra authentiek en eigen.
Specifics
Opdrachtgever: TP
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2013 – 2017
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren
Fotografie: Bart Gosselin
Schaal: 80 m²
Appartementen In de stad
Appartementen In de stad
In Mechelen, binnen het stadscentrum, ontwierp dmvA een nieuwbouw met zes appartementen. Het project is een antwoord op de stedenbouwkundige context van de Sint-Katelijnestraat die gekarakteriseerd wordt door huizen uit de 19de eeuw, smalle kavels en de kleinschalige structuur van de stad. ‘In de stad’ is een duurzaam, tijdloos en kleinschalig inbreidingsproject dat zich subtiel nestelt in het historische stadsweefsel met de geschiedenis als leidraad voor het concept.
Een van de uitdagingen was de ligging langsheen één van de belangrijkste invalswegen naar het historisch centrum, de Sint-Katelijnestraat. Decennialang beten ontwikkelaars hun tanden stuk op het onbebouwde terrein in de straat. De historische omgeving, een oude zwevende stempelconstructie, het grillige perceel en de ligging langsheen een overwelfde vliet waren vaak breekpunten om een haalbare ontwikkeling te realiseren.
Het project biedt een hedendaags doch integer antwoord op de vraag om zoveel mogelijk woonentiteiten te bouwen op een klein braakliggend terrein.
De vliet die de achterkant van het grillige perceel begrenst heeft de footprint van het project bepaald. Het nieuwe volume neemt namelijk de vorm aan van de diepe bebouwing die ooit langs de vliet lag en zo is het historische weefsel hersteld.
Het gebouw is een ingetogen interpretatie van de twee historische huizen met trapgevels aan de overkant van de straat en is ingedeeld in zes verschillende woonunits wat de individualiteit van het wonen mogelijk maakt.
Voorgevel nieuwe toestand
Vanuit de straat werd een duidelijke zichtas gecreëerd richting de buitenruimte achteraan. De fietsenstalling langsheen de semipublieke buitenruimte wordt opgevat als een ‘gaanderij’ om het sociaal contact tussen de bewoners te stimuleren. Ze kan ook flexibel ingezet worden als overdekte buitenruimte voor spelende kinderen. Een doorgang verbindt de straat met de semipublieke buitenruimte.
Wat dit een duurzaam project maakt is dat de nieuwbouw zo compact mogelijk werd ontworpen en er werd ingezet op tijdloze architectuur waarbij het welzijn van de bewoners voorop werd gezet. De 6 BEN-appartementen zijn zo ontworpen dat het aangenaam wonen is in het midden van de stad door middel van het behoud van privacy, kwalitatieve buitenruimtes, dubbelhoge (buiten)ruimtes en weidse uitzichten.
Verder nog, het gebruik van een wit dak. In tegenstelling tot klassieke zwarte daken, reflecteert het witte dak het zonlicht in plaats van het te absorberen. Dit beperkt de opwarming van het gebouw, wat zeker in een stedelijke context zoals Mechelen waar het urban heat island effect steeds voelbaarder wordt bijdraagt aan het thermisch comfort van de bewoners en de energie-efficiëntie van het gebouw.
Schema van het verschil tussen donkere en lichte dakbedekking
Specifics
Opdrachtgever: Verelst Projectontwikkeling NV
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2013 – 2021
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Rob Naulaers, Gert-Jan Schulte, Jente Bergmans
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 6 appartementen
School Balder
School Balder
Een verticale school
School Balder is gelegen in Sint-Gillis, Brussel, vlakbij het Zuidstation. Het project betreft een Nederlandstalige lagere school en een kinderdagverblijf in een dichtbebouwde stedelijke context waar hoofdzakelijk Frans wordt gesproken. De dichtbevolkte wijk wordt gekenmerkt door een grote culturele diversiteit maar ook door armoede en beperkte open ruimte. Het stratenpatroon bestaat uit compacte bouwblokken.
Het perceel ligt in een bouwblok dat voordien voornamelijk bestond uit 19de-eeuwse woningen zonder historische waarde. Deze zijn grotendeels afgebroken. Het bouwblok werd aan de Fonsnylaan ingevuld met kantoorgebouwen waardoor het zijn residentiële identiteit verloor.
Binnen dit bouwblok verwierf het GO! een relatief kleine kavel waarop een uitgebreid programma moest worden gerealiseerd. De uitdaging bestond erin om drie verschillende entiteiten te huisvesten: een basisschool, een kleuterschool en een plek voor de buurt. Het was ook van groot belang om zoveel mogelijk buitenruimte voor de kinderen te creëren. De school had al een vestiging in de Engelandstraat, waar uiteindelijk enkel de 2de en 3de graad bleef, terwijl de overige 12 klassen naar het nieuwe gebouw verhuisden.
Om het uitgebreide programma op het beperkte perceel te organiseren werden de functies logisch op elkaar gestapeld. Hierdoor kon er ook maximaal ingezet worden op het creëren van buitenruimte. Zowel op het gelijkvloers als op het dak werd een speelplaats voorzien.
De gelijkvloers werkt als transitruimte waar 4 circulatiestromen worden gesplitst. Vanuit dit knooppunt vertrekken de verschillende programmaonderdelen: Het kinderdagverblijf op niveau –1, de polyvalente ruimte op niveau +1 en de klassen op niveau +2, +3.
Het vakwerk draagt de vloerplaten van verdieping +2 en +3. Hierdoor is het eerste verdiep in functie van optimaal gebruik kolomvrij. Het vervult niet alleen een structurele functie, maar wordt ook ingezet als een beeldbepalend architecturaal element.
De interactie van het gebouw met de stad was een belangrijke doelstelling van het ontwerp. De school verankert zich in de stad, de buurt en het bouwblok. De gevel, de vorm van het dak en de interne structuur van het gebouw zorgen voor een evenwicht tussen geborgenheid en openheid. Het resultaat is een gebouw dat robuust oogt, zonder dat het een gesloten bunker wordt. De vide op het gelijkvloers maakt verbinding met het stedelijk weefsel. Het zadeldak en de erker grijpen terug naar de typische 19e -eeuwse woningen die ook terug te vinden zijn in de wijk. De polyvalente zaal, die ook door de buurt wordt gebruikt, wordt als kloppend hart uitgespeeld en zal overdag en in de avond leven in de straat brengen. Deze zaal is dan ook herkenbaar in de voor- en achtergevel door de uitspringende erker.
De polyvalentezaal kan opgesplitst worden naar een refter en turnzaal tijdens de schooluren en in de avond gebruikt worden als veelzijdige ruimte voor de buurt.
De polyvalente zaal op het eerste verdiep met open karakter dat de connectie met de straat versterkt.
Het patchwork van het metselwerk versterkt de gelaagdheid die het gebouw in zich draagt en is een knipoog naar de leefwereld van kinderen. Aangezien er in het schoolgebouw plaats is voor kinderen van 0 tot 8 jaar, werden er voor de verschillende leefgroepen verschillende sferen gecreëerd, telkens op maat van de gebruiker. Het gebouw weerspiegelt de groeifilosofie van de school waarbij de jongste kinderen zich beneden bevinden en per leeftijdsgroep opklimmen.
De gelaagdheid van het gebouw zorgt automatisch voor de spreiding van de functies en haar organisatie werkt diversiteit in de hand. Identiteit wordt gerealiseerd door een spel van kleur en ruimte. Tussen de klassen fungeert de gang als binnenstraat, die aanzet tot klas overschrijdend werken. Waarbij de brede binnenstraat met zijn zitnissen ruimte biedt voor ontmoeting en samenwerking.
Er werden diverse buitenruimtes gecreëerd die kwaliteit geven aan het geconcentreerde programma: een speelruimte voor het kinderdagverblijf (nu klaslokalen), een speelplaats met karakteristieke luifel en sanitair paviljoen op het gelijkvloers en een insnijding in het zadeldak die een speelplaats als buitenklas vormt op de bovenste verdieping. Het principe van trek en druk van de luifel op het gelijkvloers is om de buitenruimte optimaal te benutten en kolomvrij te houden.
Een drukbevolkte en dichtbebouwde wijk in de stad brengt altijd verschillende functies met zich mee: wonen, werken, spelen en leren bestaan hier dicht bij elkaar. In die context is een Nederlandstalige school zoals Balder een voorbeeld voor sociale duurzaamheid. Ze vervult een belangrijke stedelijke functie en versterkt de diversiteit van de buurt, waar vooral Frans wordt gesproken. De polyvalente zaal is na schooluren open voor de buurt, waardoor de school deel wordt van het sociale leven. Door functies te stapelen, wordt de beschikbare open ruimte efficiënt gebruikt, terwijl er toch plek blijft voor ontmoeting en spel.
Specifics
Opdrachtgever: GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling infrastructuur
Locatie: Sint-Gillis
Realisatie: 2013 – 2020
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Emilie Dorekens, Eva Vanderborcht, Valerie Lannoy
Ingenieur Stabiliteit: UTIL struktuurstudies
Ingenieur Technieken: SB Heedfeld bvba
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 2000 m²
Kunstencentrum nOna
Kunstencentrum nOna
Circa twintig jaar geleden kampte het kunstencentrum nOna te Mechelen met plaatsgebrek. De bestaande Art-Deco theaterzaal in de Begijnenstraat had haar beperkingen en voldeed qua flexibiliteit niet meer aan de huidige eisen. In 1999 ontstond het idee om op de aanliggende site van Mechelse drukkerijen een tweede theaterzaal te bouwen. In afwachting daarvan werd de drukkerij tijdelijk omgevormd tot drie oefenzalen voor artiesten in nood, genaamd nOva. In 2016 begon de effectieve renovatie en bouw van de uitbreiding van kunstencentrum nOna. Dit kadert binnen het stedenbouwkundig beleid van de stad Mechelen om de Begijnenstraat te versterken als cultuur-as tussen de Grote Markt en de Lamot site.
De site ligt te midden van een bouwblok aan een middeleeuwse brandsteeg die de bestaande en nieuwe site letterlijk van elkaar scheidt. De middeleeuwse brandsteeg, de ruggengraat van het project, was de aanleiding om het grote bouwblok terug doorwaadbaar te maken, waarbij het netwerk van middeleeuwse stegen en doorgangen wordt hersteld. Op termijn worden daardoor de Begijnenstraat en de Ijzerenleen terug met elkaar verbonden. De oude drukkerijsite werd binnen deze context ontpit en omgevormd tot een nieuw kunstencentrum, waarbij binnen- en buitenkamers verwijzen naar de vroegere stedelijke morfologie van de drukkerij. Op deze manier werd ingespeeld op de grillige vorm van de bouwkavel en werd een repliek gegeven op het amalgama van tuinmuren en koterijen.
Zo ontstonden er drie patio’s als stedelijke kamers rond de nieuwe theaterzaal en het forum, een multifunctionele ruimte met de allure van een overdekte markthal. De inkompatio vormt de schakel tussen de Begijnenstraat en het binnengebied. Het ent zich op de middeleeuwse brandstraatjes en de voorbouw. De grote patio vormt het verlengde van het forum en de langwerpige patio verzorgt de ontsluiting naar de achterliggende artiestenfoyer. De grens tussen binnen en buiten wordt vervaagd door gevelbrede openingen. De buitenpatio’s werden in samenwerking met kunstenaar Nick Ervinck uitgewerkt naar het concept ‘baksteen in beweging’.
Aan de straatzijde werd een nieuwe invulbouw gerealiseerd die een gezicht geeft aan nOna en een poort is naar het achterliggende binnengebied. Het gebouw linkt de nieuwe site met de oude speelzaal. Door de glazen gevelarchitectuur gaat het kunstencentrum de interactie aan met de stad. LED lichtkranten geven de programmatie op de gevel weer, animeren het straatbeeld en nodigen zo voorbijgangers uit.
Voorgevel gezien vanuit de Begijnenstraat
De nieuwe zaal is een multifunctionele betonnen doos geworden, waarbij de gevelbekleding in prefabbetonpanelen werd voorzien van de ingelegde letters N O N A, als evidente verwijzing naar de naam van het kunstencentrum, maar ook als reminiscentie naar het drukkerij-verleden van de site.
In functie van de akoestische eisen werd de theaterzaal opgevat als doos-in-doos principe.
Gedurende het 20-jarige bouwproces werd er op alle niveaus participatie aangegaan. De architect nam hierin de leiding door duurzame samenwerkingen aan te gaan met de buren, de stad, aannemers, het uitvoerende personeel, vzws en ambachtscholen. Dit leidde tot een samenwerking met technische scholen te Mechelen voor een leerproject rond kaleien. Met vzw Onbetaalbaar werd een project gerealiseerd dat nOna een eigenheid geeft en zich ankert op zijn plek. Verschillende sessies met de buren resulteerden in een aangenaam werfgebeuren en vrijwilligershulp. Vzw Onbetaalbaar realiseerde samen met de architect een tijdopname van aanbesteding tot uitvoering. Hierbij werden alle partners in het licht gezet aan de hand van QR-codes die herinneringen aan het proces vertellen. Tevens maakte fotografe Kaat Pype tijdens de werken beelden die ook werden tentoongesteld. Tussen Onbetaalbaar en dmvA werd ook een sociaal tewerkstellingsproject opgestart dat resulteerde in unieke deurtrekkers.
Foto’s van het proces door Kaat Pype
Openbare gebouwen in België worden verplicht om 1 procent van het bouwbudget te voorzien van kunst. dmvA overstijgt dit door de kunst als het gebouw te bekijken. Nieuwe stedelijke plekken worden in de stad gerealiseerd in de stad en creëren een belevenisruimte tussen straat en toneel. Nick Ervinck, die eerder samenwerkte met dmvA, verhief deze intentie tot een vierde dimensie met zijn werk ANONOV.
Op vlak van duurzaamheid werd ingezet op verschillende niveaus. Zo is het kunstencentrum het eerste gebouw in de Benelux dat werd opgetrokken in ‘groen’ (of circulaire) beton en er werden oude printplaten van de vroegere drukkerij hergebruikt als afwerking van de sanitaire wanden.
Sanitair waarbij de wanden zijn afgewerkt met de oude printplaten
Specifics
Opdrachtgever: vzw Theater Teater
Locatie: Mechelen
Realisatie: 2002 – 2020
Ontwerpteam: David Driesen, Tom Verschueren, Kobe Van Praet, Valerie Lonnoy, Michael De Roeck, Gert-Jan Schulte, Lukas Versteele
Ingenieur Stabiliteit: UTIL struktuurstudies
Ingenieur Technieken: Technum – Tractebel Engineering nv
Fotografie: Sergio Pirrone
Schaal: 720 m2
GC Elzenhof
GC Elzenhof
Elzenhof is gelegen in Elsene, een Brusselse gemeente net ten zuiden van het stadscentrum. Het gemeenschapscentrum maakt deel uit van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en fungeert als draaischijf voor de Vlaamse gemeenschap in Brussel. Het is een ontmoetingsplaats waar je terechtkan voor workshops, een cafetaria, bijeenkomsten, kleine theatergezelschappen, muziek en meer. Ook Kind & Gezin heeft er een afdeling.
Elzenhof bestaat uit drie historisch waardevolle herenhuizen die grandeur uitstralen. In de loop van de jaren zijn er in de gebouwen verschillende ingrepen gebeurd om de faciliteiten te verbeteren. De opdracht die dmvA via een wedstrijd toegewezen kreeg, kadert binnen dit stapsgewijze verbeteringsproces.
subtiele interventies, grote impact
Het programma van eisen bestond uit de reorganisatie van de inkomzone, de omvorming van de zolder tot multifunctionele oefenzaal of kunstenwerkplaats, een groot dakterras aan de cafetaria en het connecteren van het centrum met de tuin via een brede ondergrondse trap. De donkere kelder is omgevormd tot een lichtrijke multifunctionele plek die bijvoorbeeld als crèche kan dienen maar evengoed als podium & de trap als tribune. De interventies zijn subtiel maar hebben een grote impact op de werking van het gemeenschapscentrum.
Specifics
Opdrachtgever: Vlaamse Gemeenschapscommissie
Locatie: Elsene
Realisatie: 2011 – 2022
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Gert-Jan Schulte, Lukas Versteele, Rob Naulaers, Ine Papen
Ingenieur Stabiliteit: ASB
Ingenieur Technieken: Boydens Engineering
Fotografie: Goedele De Wilde
Schaal: 2800 m²
Herbestemming site Mispelters
Herbestemming site Mispelters
Gelegen in het hart van Mechelen, kent site Mispelters een rijke geschiedenis die teruggaat tot 1588, toen het een kloosterpand van het Bethaniëklooster was. In 1810 werd het een brouwerij genaamd ‘Den Posthoorn’, waarbij de vier aparte gebouwen samengevoegd werden tot één functioneel geheel. Later huisvestte er de kantoorwinkel ‘New Mispelters’ gedurende 70 jaar. Na de sluiting van de kantoorwinkel in 2019 werd de site opgedeeld en verkocht aan 2 opdrachtgeveers die samen de ambitie uitspraken om er gezamenlijk 1 gemengd stedelijke inbreidingsproject van de te maken, bestaande uit een stadswoning, appartementen, commerciële ruimten en het kantoor van dmvA.
De site bevindt zich op de hoek van de Sint-Katelijnestraat en de Oude Beggaardenstraat vlak bij de Sint-Romboutskatredraal en naast het Prinsbischoppelijk paleis. De Sint-Katelijnestraat is één van de belangrijkste toegangswegen tot de stad Mechelen. Kenmerkend voor de Sint-Katelijnestraat is de aanwezigheid van tal historische ‘diephuizen’ en ‘breedhuizen’.
Bij aanvang van het ontwerpproces werd een historisch analyse gemaakt van de site. Historische afbeeldingen en het oude vlietenplan van de stad Mechelen brachten de aanwezigheid van een oude (overwelfde) vliet langsheen de site aan het licht. Deze vliet leidde tot het stedenbouwkundig concept van het project. Weinig waardevolle en nietszeggende achterbouwen werden afgebroken en moesten plaats ruimen voor een gemeenschappelijke binnentuin naast de vliet. De semi-publieke ruimte stimuleert het sociale contact tussen alle bewoners van de site en werkt als een katalysator voor de ganse site.
Op architecturaal niveau werden de 4 verschillende gebouwen, die in het verleden zowel fysiek, uitwendig als functioneel met elkaar verbonden werden, terug in ere hersteld tot 4 autonome unieke entiteiten met elk hun eigen architecturale uitstraling. Het Diephuis werd terug getransformeerd naar een woning. Het Breedhuis werd omgevormd tot een commerciële ruimte met 2 woontiteiten. Het hoekgebouw, genaamd Drijhoek, huisvest het nieuwe kantoor van dmvA terwijl het Pakhuis in zijn industriële glorie werd hersteld en omgevormd werd tot parking en 2 loftwoningen.
Om de toekomstbestendigheid van de site te verzekeren werd achter het historische Diephuis en Breedhuis een langgerekt nieuw bouwvolume in eenvoudige baksteenarchitectuur toegevoegd. Deze uitbreiding herbergt niet alleen de privatieve buitenruimten van de woonenteiten maar ook een nieuwe gemeenschappelijke traphal en lift, die gedeeld wordt met het kantoor van dmvA. Hierdoor kunnen toekomstige functiewijzigingen eenvoudig worden opvangen.
De historische koetsdoorgang van het Breedhuis, typisch voor stedelijke huizen uit de 17e en 18e eeuw, werd in ere hersteld en fungeert nu als gemeenschappelijke entree voor het Diephuis en Breedhuis.
Diephuis en Breedhuis
Het Diephuis – wonen naast een vliet
Het Diephuis is een traditioneel woningtype dat vanaf de late middeleeuwen (14e en 15e eeuw) veelvuldig werd toegepast in Vlaamse en Nederlandse steden. Kenmerkend is de smalle gevel langs de straatzijde en de diepe, langgerekte plattegrond op vaak smalle kavels. Naast een diephuis betreft het ook een klokgevel: een geveltype dat vooral in de 17e en 18e eeuw populair was, waarbij de top van de gevel een gebogen, klokvormige omtrek heeft. Dit Diephuis, gelegen langs de vliet werd uitgebreid met een klein nieuw volume alsook met een zwevend terras op de verdieping.
Het Breedhuis – commerciële ruimte en 2 loften
Het Breedhuis is een woningtype dat vooral vanaf de 16e eeuw opkwam, toen bredere kavels en representatieve gevels meer in trek kwamen. In tegenstelling tot het diephuis heeft het een brede gevel en een relatief ondiepe plattegrond. Karakteristiek voor het Breedhuis zijn de opbouw van vloeren doormiddel van moer- en kinderbalken. De 17de eeuwse dakstructuur met eiken kapspanten werd integraal behouden en gerestaureerd. Het Diephuis en herbergt twee appartementen met een commerciële ruimte op de begane grond.
Drijhoek
Drijhoek – nieuw kantoor dmvA in dialoog met de stad
Het hoekgebouw werd heropgebouwd na de eerste wereldoorlog als een pakhuis bestaande uit betonnen vloeren ondersteund door een betonskelet van kolommen en balken. Het gebouw had oorspronkelijk geen aparte verticale circulatie. Om het gebouw terug autonoom te kunnen laten functioneren werden enkele ingrepen doorgevoerd. De bestaande kruipkelder werd omgebouwd en uitgebreid tot een volwaardige kelder met technische ruimte en sanitair. Een betonnen wand met een rechte steektrap verbindt alle verdiepingen en leidt tot het nieuwe toegevoegde dakterras. Elke verdieping heeft een eigen karakter, waardoor de circulatie aanvoelt als een promenade architecturale waarbij je telkens in een nieuwe sfeer terechtkomt.
De kelder vormt een ingetogen, eerder beschouwende ruimte.
De gelijkvloerse verdieping wordt gezien als de (stad)huiskamer van het gebouw: een lichtrijke, uitnodigende plek die niet allen gebruikt wordt als lunch- en ontspanningsruimte, maar ook flexibel ingezet kan worden als expositieruimte of vergaderruimte. Grote nieuwe boogramen stimuleren stad en architectuur.
Op de eerste verdieping bevindt zich een open atelierruimte.
De tweede verdieping biedt plaats aan twee kantoorruimtes en vergaderzalen rond een patio die licht en groen binnenbrengt.
Het dakterras ten slotte biedt uitzicht op de Sint-Rombouts toren en vormt een aangename plek voor lunchpauzes en ontspanning.
Het Pakhuis
Het Pakhuis – loftwoningen en parking
Het Pakhuis, gelegen aan de Oude Beggaardenstraat, biedt een gemeenschappelijke parkeerruimte voor alle entiteiten en twee lofts. De voormalige industriële ruimtes werden hierbij omgevormd tot loftwoningen.
Vliet
Het openleggen van de vliet kadert binnen de visie van de Stad Mechelen om terug meer water in de stedelijke morfologie te brengen. Tijdens de bouwwerken werd bovendien het oude “Hoornbrugje” teruggevonden, een historisch element dat geïntegreerd wordt in het project en dat verwijst naar de rijke geschiedenis van de plek.
Hergebruik is de hoogste vorm van duurzaamheid. Site Mispelters is dan ook een schoolvoorbeeld hoe duurzaam een binnenstedelijk project kan zijn.
Specifics
Opdrachtgever: dmvA
Locatie: Mechelen
Ontwerpteam: Tom Verschueren, David Driesen, Dries Delagaye, Kobe Garmyn en Milan Meeuse
Fotografie: Sergio Pirrone


























































































